Heb je opmerkingen/vragen n.a.v. de toespraak over het thema ‘Gods Naam en Koninkrijk’ of over het Bijbelgedeelte
In het Bijbelgedeelte uit Lukas 1 spreekt Maria zowel over Gods Naam als over Zijn Koninkrijk.
In welke verzen komt dit naar voren?
Er zijn verschillende paradoxen (schijnbare tegenstrijdigheden) in dit Bijbelgedeelte aanwezig. Welke lijnen kun je hieruit leggen naar het 1 e en 2 e gebed in het ‘Onze Vader’?
In ons bidden zetten wij onze eigen noden en zorgen vaak op de voorgrond. Jezus leert ons door het ‘Onze Vader’ anders bidden.
Hoe kunnen we praktisch leren om in ons bidden in de 1 e plaats gericht te zijn op God?
Wat is vooral nodig?
In Lukas 17: 20 staat: ‘En gevraagd zijnde van de Farizeeën, wanneer het Koninkrijk van God komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat.’
Hoe kun je in onze tijd zien dat Gods Koninkrijk groter wordt?