Heb je opmerkingen/vragen n.a.v. de toespraak over het thema ‘Hoop’ of over het Bijbelgedeelte?
Wat maakt de christelijke hoop anders dan alle andere hoop?
Welke lijn/overeenkomst zie je tussen de volgende uitspraak en Romeinen 8:24,25?
Wat zegt jou dit persoonlijk?
- De hoop bewaart voor mij de zaligheid, totdat ik die volmaakt zal ontvangen-
‘Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen? Maar indien wij hopen, hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid.’ (Romeinen 8: 24,25)
De Bijbel met uitleg zegt hierover: De redding is een feit, maar de beloofde heerlijkheid is er nog niet. Daarom zien de gelovigen daar vol hoop en verwachting naar uit. Ze verlangen ernaar dat de heerlijkheid waarin ze vast en volhardend geloven, werkelijkheid wordt.
Lees de volgende berijmde Psalmverzen. Is er verschil in hoop?
Psalm 130: 3 Ik blijf den HEER verwachten; Mijn ziel wacht ongestoord; Ik hoop, in al mijn klachten, Op Zijn onfeilbaar woord; Mijn ziel, vol angst en zorgen, Wacht sterker op den HEER, Dan wachters op den morgen; Den morgen, ach, wanneer?
Psalm 130: 4 Hoopt op den HEER, gij vromen; Is Israël in nood, Er zal verlossing komen; Zijn goedheid is zeer groot. Hij maakt, op hun gebeden, Gans Israël eens vrij Van ongerechtigheden; Zo doe Hij ook aan mij.
Psalm 38: 15 Want, o trouw en eeuwig Wezen, In mijn vrezen Staat mijn hoop op U alleen; Gij, mijn God, zult in ellenden Bijstand zenden, En verhoren mijn gebeên.
Psalm 119: 83 Wat vreê heeft elk, die Uwe wet bemint! Zij zullen aan geen hinderpaal zich stoten. Ik, HEER, die al mijn blijdschap in U vind, hoop op Uw heil met al Uw gunstgenoten; 'k Doe Uw geboôn oprecht en welgezind; Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.
Psalm 119: 41 Mijn ziel bezwijkt, zij is gans afgemat, Daar z' aan Uw heil met al haar lust blijft hangen, Waarop Uw woord mij hoop gegeven had. Mijn ogen zijn bezweken van verlangen Naar 't geen mij was beloofd, terwijl ik bad: "Wanneer, o God, zal ik Uw troost ontvangen?"