Heb je opmerkingen/vragen n.a.v. de toespraak over het thema ‘Geloofsvertrouwen’ of over het Bijbelgedeelte?
Het spreekwoord zegt: ‘Zo de wind waait, waait mijn jasje’
Wat betekent het?
Mag een christen dit spreekwoord in praktijk brengen?
Er werd door de Babyloniërs op Sadrach, Mesach en Abed-Nego gelet.
Merk je dit als christen in onze maatschappij ook op een soortgelijke manier?
De drie vrienden dienden God niet alleen met het hart, maar lieten dit ook met hun doen/laten zien.
Waarom hoort dit onlosmakelijk bij elkaar?
Hoe zie je dit ook terug in een van onze belijdenissen: de Heidelbergse Catechismus, zondag 33, vraag en antwoord 90?
VRAAG 90 Wat is de opstanding van de nieuwe mens? ANTWOORD 90: Het is een hartelijke vreugde in God door Christus, en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven.
Geef met eigen woorden weer wat Paulus in 2 Korinthe 2: 9,10 zegt.
2 Korinthe 2 9 Ja, wij hadden al zelf in onszelf het vonnis des doods, opdat wij niet op onszelf vertrouwen zouden, maar op God, Die de doden verwekt; 10 Die ons uit zo grote dood verlost heeft, en nog verlost; op Welke wij hopen, dat Hij ons ook nog verlossen zal.