Heb je opmerkingen/vragen n.a.v. de toespraak over het thema ‘Christelijk leven ‘tussen de tijden’ of over het Bijbelgedeelte?
In vers 11 staat dat ‘de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen’.
Lees hieronder 1 Timotheüs 2:4 en DL III/IV art. 6
‘Welke(=God) wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.’
God maakt mensen zalig door de Heilige Geest en het evangelie. Wat het licht van de natuur en de Wet niet kunnen doen, dat doet God door de kracht van de Heilige Geest en door het Woord of de bediening van de verzoening. Dat is het Evangelie van de Messias, waardoor het God behaagd heeft hen die geloven – zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament – zalig te maken.
Probeer onder woorden te brengen waarom dit geen tegenstelling is.
‘Genade maakt iets van je, maar vraagt ook iets van je!’
Leg eens uit?
Wat neem je (biddend) vanuit dit Bijbeluur mee de komende week in?