VRAGEN BIJ DE TOESPRAAK
n.a.v. Lukas 9: 28-36 en 2 Petrus 1: 13-21
Vragen:
- Heb je opmerkingen/vragen n.a.v. de toespraak over het thema ‘Wij geloven niet in sprookjes’ of over het Bijbelgedeelte?
- Word je wel eens (door anderen of in je eigen hart) erop aangesproken dat de boodschap van God in Zijn Woord toch allemaal maar ‘verzinsels’ zijn? Hoe ga je daarmee om?
- Het gaat vandaag ook over Petrus. De ‘jonge’ Petrus lijkt vaak de boodschap van Jezus niet goed te begrijpen of te aanvaarden. De ‘oude’ Petrus lijkt rotsvast overtuigd van wat God zegt.
- Kun je beide situaties begrijpen? Wat uit zijn leven herken je bij jezelf?
- Petrus’ doel is dat zijn lezers vooral ook zelf vertrouwen op ‘het licht dat schijnt in een duistere plaats’. Hij wil met twee voorbeelden overtuigen dat het Woord van God echt waar en betrouwbaar is:
- Gods spreken bij de verheerlijking op de berg;
- Het spreken van de profeten die door de Geest ‘gedreven’ zijn om over Christus te vertellen.
Hoe kunnen deze twee voorbeelden ons helpen in ons dagelijks (geloofs)leven?